Vandaag hebben wij ons gesplitst. Jos, Els en Margriet zijn naar een school
toegegaan en wij (Jos, Nelle, Rathna en Aniel) hebben ons ingeschreven voor een
Village Walk. Deze trip was al door Rathna en Aniel vooruit geboekt. Wij
besloten pas op het laatste moment mee te gaan. Diverse malen naar OAD in
Kathmandu gebeld om te reserveren; de hoorn wordt niet opgenomen. 's Avonds om
21.45 uur naar hun mobieltje gebeld. Dat kon nog net, want wij hadden (terecht)
het verzoek gekregen om na 22.00 uur alleen nog maar voor dringende zaken te
bellen. Het zou nog wel lukken! Bijtijds opstaan, dan met een riksja voor 30
roepies naar het vertrekpunt bij de Green Line. Daar komt een busje ons ophalen
( in totaal zes personen) en brengt ons naar Kirtipur. Vanaf nu gaan wij lopen.
Een typische Nepalees dorp. Oud, vervallen, een beetje vuil, maar wel sfeervol.
Een dorp met geschiedenis. Hier staat de Thaise tempel Bagh Bairava Mandir.
Veel honden, eenden en ganzen zwerven door de straten. Er is bijna geen verkeer.
Buiten enkele tempels hangt er voornamelijk een echte dorpssfeer. Aan de voet
van het dorp wordt handel gedreven in de Naya Bazaar, gewijd aan de tijgergod.
Boven op de heuvel in het dorp staat de Uma Mahesvaratempel, waarvandaan U een
prachtig uitzicht over de omgeving heeft. Vandaar langzaamaan de binnenlanden
ingewandeld. In het begin makkelijk; langzamerhand wat moeilijker. De gids
Prabeen is best gezellig en spreekt redelijk Engels. Hij spreekt zelfs enkele
woorden Nederlands en Duits. De lunch wordt door hetzelfde busje gebracht in de
buurt van een cementfabriek aan de Bagmati rivier. In de fabriek worden grote
keien verpulverd. In Nederland zou alles afgezet zijn; hier kun je er van alle
kanten in kijken. Vlakbij deze fabriek zitten hele gezinnen met de hand dezelfde
soort stenen te verbrijzelen. Dit is zeer gevaarlijk voor de ogen, want de
splinters schieten alle kanten op. Hoe ze hier kunnen concureren (of
samenwerken) met die fabriek? Men verdient ca 45 roepies per dag.
(De
lunchpakketten zijn ruim voldoende, maar van matige kwaliteit. Stevig kauwen en
doorslikken. In het dorpje (Jai Binayak ?) bevindt zich natuurlijk nog een
tempel (Adinathtempel) en dan gaat het verder over een Schotse hang-wiebelbrug
uit 1903. Deze brug ligt in de Chovar kloof. Langs de Bagmati ligt een
verouderde tempel, de Jala Vinayak. Dan rustig aan de rijstvelden in. Een aparte
ervaring, zelfs de gids moest af en toe (eigenlijk vaak) de weg vragen. Rathna
had snoep voor kinderen bij zich. Een groot verschil met snoep uitdelen in
Kathmandu. In de dorpen zijn ze veel dankbaarder en blijven ze je niet
achtervolgen. Onderweg nog wat schooltjes gezien. Stel je een stenen bunker
voor, met aan een kant tralies en de andere kant open vensters. Niks afgewerkt.
Dat is het dan. Aniel bleek zich onderweg niet lekker te voelen en heeft zich
letterlijk doorheen gesleept. Niet prettig voor hem, maar er is maar een weg en
dat is doorgaan.
Tenslotte kwamen wij weer in enkele dorpjes (Khokana?) waar wol geweven werd, stenen gebeiteld en hout bewerkt. Verder ontzettend veel eenden, geiten en honden. Opvallend is dat geen enkele hond blaft. Zij liggen gewoon midden op straat te slapen. Die dorpjes zijn net terug in de middeleeuwen. Het lijkt wel of iedereen buiten aan het werk is. Jammer dat de waterafvoer slecht geregeld is; het stinkt er vaak vreselijk. Niettemin is het er zeer sfeervol. Er lopen hier buiten ons zessen nog veel meer toeristen die volop personen fotograferen (voor mijn gevoel vaak echt gênant). Uiteindelijk staat het busje ergens op ons te wachten. Aniel laat zich erin vallen en doet zijn ogen dicht. Wij worden weer bij het Green Line station in Kathmandu afgezet en nemen een Tuk Tuk terug voor 50 roepies. Weer in het drukke Kathmandu afgezet. Samengevat was het een mooie doch stevige wandeling door pittoreske dorpjes en rijstvelden. Niettemin was de prijs van 30 Dollar (ruwweg fl. 75,-) bij OAD per persoon nogal stevig. Terug in het hotel een biertje gehaald en even op het terras uitgerust.
![]() |
![]() |