Zes uur precies. Even later wordt er een kom met warm water neergezet om je in te wassen. We poetsen onze tanden in de weide en pakken alles weer in. De gidsen verontschuldigen zich voor de waterschade. Omdat het zo'n mooi weer was hebben ze de tenten met een minimum aan scheerlijnen opgezet, zodat deze door begonnen te hangen, de binnen en buitentent kontact maakten en uiteindelijk begonnen te lekken. Niets meer aan te doen. We krijgen de belofte dat ze de scheerlijnen voortaan elke dag strak zullen zetten.
Ontbijt tijd in de grote tent. De waterschade van de nacht wordt snel
vergeten bij de ochtendkoffie. Het ontbijt is prima en de stemming stijgt. De
eerste grappen vliegen in het rond. We hebben er zin in. Als we vanuit de grote
tent naar buiten kijken, zijn onze slaaptenten al afgebroken en met grote
routine wordt alles opgeborgen. De dragers laden alles op hun rug gaan op
slippertjes (jawel, die eenvoudige kunststof teendingen) op weg. Het gaat
omhoog via kleine dorpjes, idyllisch gelegen huisjes, tuinen, weiden en
rijstvelden. Door de rijstvelden kabbelen overal smalle beekjes. We genieten
echt. Vriendelijke mensen roepen hun Namaste groet, die wij natuurlijk
beantwoorden. In de verte zien we het hutje en de weide waar we ons kamp hadden.
De hoek van de een berg om en we lopen over bergpaadjes rustig omhoog. Een
dorpje herbergt een schooltje. Van heide en verre komen de kinderen eraan. Voor
hen is deze ochtendwandeling dagelijkse kost. Een korte halte bij een dorpje en
mogelijkheid om een colaatje te kopen.
Hier krijgen we de waarschuwing van
de gids dat er leeches voorkomen. Leeches zijn toch bloedzuigers! Wat zullen we
nu krijgen? Ik heb het (helaas) goed begrepen. Vanaf dit dorp liggen ze op ons
te wachten. Niet hier en daar een, maar duizenden. Ze kruipen op je schoenen en
schuifelen in een snel tempo langs de boord van je schoenen of sokken naar
binnen. Die krengen zijn klein. Circa 1 tot 2 mm dik en 1 tot 3 cm lang. Eenmaal
op hun plek aangekomen zuigen ze zich vol en spuiten een anti stollingsmiddel
in. Een eerste inspectie van de schoenen levert al stevig doorbloede sokken op.
Gedver. Ze laten pas los als ze genoeg bloed hebben. Dan zijn ze vreselijk dik.
Tot zeker een centimeter. Natuurlijk hebben ze in de schoenen niet zoveel ruimte
en worden ze onder het lopen soms verpletterd. Vanaf nu hebben we geen rustig
moment meer. het maakt niet uit of we lopen of stilstaan. Na elke 25 meter
zitten er weer enkele op de boord van onze schoenen of zie je ze net nog naar
binnen glippen. De bergpaden zijn veranderd in "trappen"; ruwe stenen
van diverse afmetingen vormen een eindeloos lange trap omhoog, op enkele plekken
onderbroken door een stuk horizontaal bergpad.
Tijdens de lunchpauze op het
bekende blauwe zeil reiken de gidsen stokjes met in zout water gedrenkte lappen
uit. Daar smeren we onze schoenen en benen mee in. Dat moet die bloedzuigers
afschrikken. Nou, het vertraagd ze wel, maar wegblijven doen ze niet. Het gaat
verder omhoog, voornamelijk langs berghellingen. Het begint te miezeren, gevolgd
door regen. Iedereen heeft een regenjas bij zich en trekt dit aan. De
bloedzuigers hebben het naar hun zin. De gids neemt een binnendoortje waar we
ook onze handen moeten gebruiken. Tenslotte komen we druipend bij een hut aan.
Ons kamp.
Wij balen stevig want we zijn nat en de bloedzuigers laten ons geen moment met rust. Terwijl het regent worden in de hut voorbereidingen voor het kamp getroffen. Het is nog vroeg, circa 15.00 uur. Het zal voorlopig niet beter worden. Omdat er in de kleine hut een grote bedrijvigheid heerst, kunnen wij er niet bij en moeten onder het afdak blijven staan. Niets dan wolken! Als de crew een beetje op orde is, worden we in de hut genodigd. Het regent nog steeds en de hut is krap; wij kunnen we geen kant op. De crew vermaakt zich met het doden van bloedzuigers. Als tenslotte de regen ophoudt, worden acuut de tenten opgezet. Met het idee van lekkende tenten en natte matrassen wordt ons humeur er niet beter op. De keukentent staat ook in een wip en het is duidelijk de bedoeling dat we de hut verlaten en in de tent plaatsnemen. Het water loopt dwars door de keuken tent. Zo ook de bloedzuigers. We gaan met onze benen omhoog zitten, wat na een uurtje een toch wel erg krampachtige houding wordt. Willem moet het nog een paar maal ontgelden en zit met stevig bloedende voeten.
Het is etenstijd. Hoewel de (zure) grappen over en weer vliegen en het eten prima is, hebben we er nog steeds de balen van. Na het eten worden we in de hut uitgenodigd en wordt de rum tevoorschijn gehaald. De hut is inmiddels bloedzuiger vrij en langzaam kunnen we er weer de lol van inzien. Ook deze dag was gemakkelijk, het klimmen althans. Als wij naar bed gaan, wordt de tent grondig geïnspecteerd. En onszelf. Alle gaatjes worden dichtgestopt en we doen een poging om te slapen. Joske wordt wakker en heeft toch een bloedzuiger op z'n arm. Ook moeten wij plassen. Dat geeft problemen met de bloedzuigers. De luifel inspecteren, gauw naar buiten, piesen, weer naar binnen, alles binnenste buiten keren en weer de slaapzak in.
![]() |