Vervoer
De Local Bus
Het eenvoudigste en goedkoopste vervoer
is de local bus. Deze busdiensten onderhouden een regelmatige dienst tussen de
dorpjes en steden. In de ochtend en de namiddag kunnen deze bussen bomvol zijn.
Hoe vol de bus ook is, er kan altijd nog wel iemand bij, ook op het dak. Deze
bussen vervoeren niet alleen passagiers, maar ook melkbussen, gasflessen,
bouwmateriaal en klein vee. De bussen zijn meestal vuil, slecht onderhouden en
vaak kun je de grond door de busbodem heen zien. Stoelen zijn regelmatig opnieuw
vastgelast of hangen vast aan een randje bekleding. Die bekleding is natuurlijk
ook door en door versleten. De instap kan al een eerste probleem geven.
Treeplanken zijn vaak verdwenen en de opstap kan makkelijk een meter hoog zijn.
Voor ons grotere west Europeanen komen we na de instap direct in aanraking met
het plafond, wat voor ons veel te laag is. De volgende verassing is de ruimte
tussen de stoelen. Hier moet je je echt tussen wringen. De meeste stoelen zijn
twee persoons, maar als het druk is, passen er natuurlijk ook drie personen op.
Vaak wordt er uitnodigend "plaats" gemaakt zodat je bijna op iemands
schoot zit. De bussen stoppen bij vaste haltes (als er al iemand in of uit
moet). Soms hebben de haltes een bordje, meestal in het Nepali. Meestal
ontbreken de bordjes, maar geen nood. Iedereen kan je wel vertellen waar de
halte is. Maar waarom zo moeilijk? Zeker tussen de dorpen stopt de bus op
verzoek. Even hand opsteken! Na het instappen zoek je een plaats. Mazzel als je
kunt zitten. Betalen doe je contant aan de jongen die in de busopening hangt.
Hij zoekt je wel op. Is het te druk, dan reken je af bij het uitstappen. De
prijs is belachelijk laag. Voor ritten tussen de dorpen betaalden wij tussen de
zes en vijftien roepies. Een "honderdje" kan wel gewisseld worden. Een
"duizendje" levert gegarandeerd problemen op. Deze jongen "regelt"
vaak zitplaatsen. Met eenvoudige gebaren worden jongeren uit hun stoel
gedirigeerd om plaats te maken voor ouderen of westerlingen. Zeker als lange
Nederlander maak je hier graag gebruik van, want in het gangpad staan met een
kromme nek is zeker voor langere ritten uitermate onplezierig. Verder
communiceert deze jongen met de chauffeur over de status van de op-uit
stapplaatsen door middel van klop signalen tegen de zijkant van de bus en/of
fluitsignalen. Nee, comfortabel is het niet. Zeker de wegen tussen de dorpen
zijn ruw en vol met kuilen. De bus is een aardige concurrent van onze
pretparken. Als je eens in alle richtingen heen en weer geschud wil worden, is
hier je kans. Waarom dan toch met de locale bus reizen? Ach, het heeft wel wat.
Je moet het op z'n minst eens geprobeerd hebben. En het is goedkoop en rijden
een regelmatige dienst. Geen gemarchandeer met taxi's over de prijs. Onze hotel
eigenaars vonden het maar niets dat wij gebruik maakten van de locale bus.
Waarschijnlijk een beetje beneden onze stand.
Taxi's
In de grote plaatsen is er geen gebrek aan. In de dorpen
hebben we er geen ervaring mee. Het zal wel lucratief zijn, want bij de vrije
opstapplaatsen wordt er net niet om passagiers gevochten. Bij de hotels gaat het
er heel wat rustiger aan toe. De meeste taxi's zijn oud. Vol trots vertelde een
van onze chauffeurs dat zijn Toyota al 23 jaar oud was.. Daar zien ze ook wel
naar uit. Versleten bekleding wordt vervangen door kleedjes. Schokbrekers hebben
het al jaren geleden opgegeven. Handels voor ramen ook. Maar de claxon doet het!
Voor een rit van enkele kilometers betaalt de Nepali ca 80 roepies. Toeristen
betalen ca 100 roepies. Over de prijs kan onderhandeld worden. Voor het bezoeken
van bezienswaardigheden kan men de taxi (met chauffeur) voor de hele dag
reserveren Voor een afstand tot ca 25 km (enkele reis) en een wachttijd tot ca 5
uur ter plekke betaalden wij 1000 roepies. Het voordeel is dat men weet dat er
een taxi voor de terugreis voorhanden is en ook het hotel weer weet te vinden.
Vaak heeft de chauffeur nog wat nuttige tips. Verwacht echter geen conversatie
in het Engels. Het Engels beperkt zich meestal tot het uitwisselen van gegevens.
Prijsafspraken moet men voor het instappen afspreken. Wees vooral duidelijk of
het wachten inbegrepen is. Een keer waren wij de wachttijd vergeten af te
spreken. Prompt werd er een toeslag van 200 roepies voor het wachten berekend en
een poging gedaan om er ook nog een maaltijd uit te slaan. Vaak een vervelend
einde van een mooie dag. Wij probeerden altijd dezelfde chauffeur te krijgen.
Het voordeel is dat je weet wat je aan elkaar hebt en, mocht hij soms verhinderd
zijn, weten zijn naaste collega's meestal onder welke condities er gereden werd.
Een colaatje voor de chauffeur op de plaats van bestemming bevordert de
verstandhouding.
Tuk Tuk en Riksja's
In de Thamel van Kathmandu vindt men veel
Tuk Tuks (gemotoriseerde driewieler) en Riksja's (fiets met overdekte zitbank).
Beiden bieden plaats aan twee personen. Sommige Tuk Tuks kunnen zes personen
vervoeren. Ook deze voertuigen zijn oud en versleten en worden gebruikt voor
lokaal vervoer tot een afstand van enkele kilometers. Beide vervoermiddelen moet
U eens geprobeerd hebben! De prijs voor enkele kilometers voor een Riksja is ca
30 roepies; voor een Tuk Tuk ca 50 roepies. In de Thamel zult U regelmatig
aangesproken worden om een ritje te maken. Ook hier geldt: maak prijsafspraken
voordat U instapt. Aangezien men voor deze prijzen probleemloos kan instappen,
zal het wel teveel zijn.
De Green Line
De Green Line is een toeristen bus met airco voor
lange(re) afstanden. Men moet deze bus van tevoren boeken. Dit kan al vanuit
Nederland geregeld worden. Men is dan zeker van een plaats. Deze bussen pendelen
tussen vaste locaties heen en weer. Men betaalt aan de organisatie en de prijzen
zijn "Nederlands".
Diversen
In de ontelbare organisatie bureaus kan men ook andere
vervoermiddelen (kleine bussen - grote taxi's) boeken. Verdere regelingen zijn
ons onbekend.
Het verkeer
Chaotisch, dat is het beste woord. Er wordt links
gereden en het voornaamste attribuut is de claxon. Men haalt elkaar overal in.
In nauwe straatjes, onoverzichtelijke bochten, maakt gebruik van de berm ....
Toch verloopt het verkeer soepel. Als men gesneden wordt, mindert men vaart.
Niemand wordt boos. Een ingezette actie wordt zelden afgebroken. Een kwestie van
inhouden of gas geven. Eigenlijk eenvoudigweg ritsen. Verkeerslichten zijn er
wel, maar werken niet. Verkeersagenten staan er ook, maar als ze op hun fluitje
blazen heb ik geen idee tegen wie hij/zij dat heeft. Verkeersborden staan er
wel, maar of men zich daar iets van aantrekt? Het zijn allemaal gedragsregels
(denk ik), en iedereen is er happy mee. In vier weken geen ongeluk gezien.
Huren
Motoren worden er op diverse plaatsen te huur aangeboden. Persoonlijk
zou ik in de heksenketel van Kathmandu niet durven te rijden. Afgezien van het
rijden, moet men ook nog de weg zien te vinden. Hier en daar staan blijkbaar wat
aanduidingen maar alles is in het Nepali en zegt mij dus niets. Een extra risico
zijn de vele dieren op de weg. Een koe doodrijden is net zo'n ernstig vergrijp
als een mens doodrijden (volgens de taxi chauffeurs). Buiten dat moet men de
diverse gestrande vrachtauto's ontwijken en zo ook de diverse mini tempeltjes of
heilige plaatsen die soms plotseling een stukje van de rijbaan in beslag nemen.
's Avonds brandt er beperkt verlichting; maar weinig chauffeurs doen hun eigen
verlichting aan.
Bedelaars
Bedelaars zijn we op al onze bestemmingen
tegengekomen. In de toeristische wijken is men wat agressiever in aanpak en
talrijker. In de Kathmandu Thamel lopen legio tijgerbalsem, houten olifantjes,
fluiten, en een soort primitieve houten violen verkopers rond. Men wordt zeer
frequent door hen aangesproken. Een kort en krachtig NO laat menigeen afdruipen.
Sommige laten zich niet zo snel uit het veld slaan. Het standaard zinnetje "Where
are you from?" is een opening om alsnog tot zaken te komen. De vraagprijs
van hun artikelen is meestal veel te hoog. Het genoemde viooltje daalde binnen
een minuut in prijs van 3000 naar 300 roepies. Deze straatventers bieden
allemaal iets te koop aan. Men heeft ook nog de gebrekkigen en invaliden. Het
mag duidelijk zijn dat deze mensen inderdaad iets mankeert. De bedelaars met
verlamde ledematen op een plankje met gammele wieltjes wekken bij menigeen
medelijden en dus roepies op. Meerdere malen hebben we echter gezien dat deze
bedelaars, dank zij hun medelijden opwekkende houding, door veel mensen
biljetten van diverse waarde in hun handen gedrukt krijgen, en binnen een half
uur meer binnen hebben gehaald dan de straatventers.
Ook vrouwen laten zich
niet onbetuigd. Zij verkopen sieraadjes, eenvoudige tasjes, shawls en
dergelijke. Zij kunnen met hun donkere ogen en smekende blik menigeen tot
aankoop overhalen. Vaak ziet men jonge meisjes met een baby op hun rug in een
hoekje zitten bedelen. Volgens Nepali zijn de baby's niet van henzelf maar van
hun moeder of andere familie leden. Een baby'tje wekt nu eenmaal makkelijker
medeleven en dus roepies op.
Een echte remedie tegen bedelaars is er niet.
Een krachtdadig NO en recht vooruit kijken is vaak de beste oplossing. Een
discussie aangaan is reden om lang te blijven plakken. Op veel plaatsen (vooral
bij tempels) komt men borden tegen van de overheid tegen om bedelaars niets te
geven omdat het anderen stimuleert om ook te gaan bedelen. In de dorpen en
minder toeristische plaatsen staan kinderen vaak met verlegen blik te staren in
de hoop op snoep. Geeft men een kind iets, dan komen in een mum van tijd er uit
alle hoeken en gaten nog meer kinderen. De brutalere zullen soms om meer snoep,
pen of ballon vragen. Ook snoep wordt door de overheid afgeraden in verband met
de slechte toestand van hun gebit. Enkele roepies geven heeft wisselend
resultaat. Soms haken ze na een bedankje af; een enkeling ziet het als een bron
voor meer en blijft geruime tijd achter de gulle gever plakken.
Geldzaken
Geld wisselen is in de grotere steden geen probleem.
In Kathmandu en Pokhara-Lake Side zijn er legio wisselkantoortjes die alle
valuta (ook guldens) probleemloos en snel voor U wisselen. Onderlinge
koersverschillen zijn zeer klein. Enige misleiding kan ontstaan als er alleen de
aankoopkoers van buitenlandse valuta aangegeven staat. In eerste instantie lijkt
het dan dat dit wisselkantoor U een veel betere koers geeft. Opletten dus. Geld
opnemen is een groter probleem. Alleen in Kathmandu-Thamel hebben een pin
automaat gebruikt die prima werkte. In kleinere plaatsen is geld wisselen wel
mogelijk bij de bank, maar tijdrovend. Hier moet men zich legitimeren en
formulieren invullen. In Bonapa waren hier zeker zes personen bij betrokken.
Eerlijk waren ze wel. Na onze transactie bleek dat we te weinig roepies hadden
gekregen en de administratieve molen begon weer helemaal opnieuw, met
uitzondering van de legitimatie. Uiteindelijk bleek het om een verschil van 15
roepies te gaan!
Souvenirs
Die vindt U in elke toeristische plaats. Te kust en te
keur en allerlei prijsklassen. Een blik op de handelswaar is meestal voldoende
om U uit te nodigen om binnen te komen of alles goed te bekijken. Kopen is
absoluut niet nodig (zegt men). Eenmaal binnen wordt men overstelpt met
informatie en wordt het vaak moeilijk om niets te kopen. Laat U niet
overdonderen door al die leuke hebbedingetjes. Kijk op Uw gemak rond en doe Uw
aankopen bij voorkeur op het einde van de vakantie. U heeft dan meer gevoel over
wat en de kwaliteit die U wilt kopen. En dan het belangrijkste. Onderhandelen
over de prijs MOET. Zonder onderhandelen bent U in de ogen van de verkoper maar
een sukkel. In de Thamel kunt U rustig een bod van 30% doen. Men kijkt U heel
verontwaardigd aan en doet meestal of dit onbespreekbaar is. U kunt nu gaan
loven en bieden of U loopt weg. Komt de verkoper U achterna, dan was Uw bod nog
altijd hoog genoeg. Maar U hebt het genoegen dat U veel minder als de vraagprijs
het betaalt. Iedereen tevreden.
Moeilijker vonden wij het bij de Tibethanen
die legio sieraden aanbieden. Veel zilverwerk. Ten eerste is het moeilijk in te
schatten welke kwaliteit zilver erin verwerkt is, ten tweede zijn sommige
sieraden echte kunstwerkjes, die mogelijk duurder zouden moeten zijn. De
verkoopsters (meestal vrouwen) zijn zeer vriendelijk, maar kunnen de potentiële
koper behoorlijk onder druk zetten met diverse argumenten. Nog niets verkocht
vandaag (of deze week), doet U mij (of mijn kinderen) plezier met een kleine
aankoop ..... Zeker een aantal verkoopsters op een rijtje met elk hun eigen
kraampje doen het voorkomen of U bij hen een veel betere aankoop kan doen dan
hun buurvrouw. Ze smeken bijna of U bij hen terug wil komen. Waarschijnlijk valt
alles wel mee. Achter Uw rug wisselen de verkoopsters hun waren met elkaar uit
en zijn elkaar behulpzaam met geld wisselen of een passend kettinkje te vinden
bij een speciaal hangertje. Na een tijdje denkt men het aardig onder de knie te
hebben, maar U zult nooit te weten komen tot hoever ze hadden willen dalen met
de prijs.
Enkele indicaties: Vuistgrote houten beeldjes 80-100, kleine
onbewerkte singing bowl 150, zilveren bewerkte singing bowl 600-800,
************************ .
Eten, drinken en toiletten
Omdat het drinkwater uit de kraan
voor ons niet geschikt is, moeten we flessen water kopen. Flessen water en Coca
Cola kunt U werkelijk overal kopen. In de kleinste dorpjes was er minstens een
locatie waar dit verkrijgbaar is. De Cola komt niet altijd uit de koelkast,
maar minstens uit een emmer water. Cola kost tussen de 9 en 40 roepies. 40
roepies betaalden we 's avonds in enkele restaurants. 9 Roepies in een achteraf
winkeltje; niet gekoeld natuurlijk. Een normale prijs is 12 - 15 roepies. Water
kost bijna overal ca 20 roepies voor 1.5 liter; meestal gekoeld. 1 Liter kost ca
15 roepies.
Soms zijn de achteraf winkeltjes inderdaad achteraf. Er hangt
geen uitnodigende Engelse tekst aan de muur. Het is meestal een kwestie van naar
binnen kijken. Soms kijk je recht de woonkamer in, waar dan toch een emmer water
met Cola te koop is. Als extra verkoopt men vaak Mars, Twix en snoep. Hoewel wij
het niet hebben meegemaakt, werd we er door derden opmerkzaam gemaakt om de
sluiting van de waterflessen te controleren. Niet verzegeld - niet kopen.
Restaurants vindt men in de steden en grote dorpen. In de kleinere
dorpen zijn vaak "eetgelegenheden". Als westerling is men gauw geneigd
om naar de restaurants te gaan. In de toeristische gebieden kan men hier
waarschijnlijk alles zonder problemen eten en drinken. Controleer echter de
menukaart. Hier staat vaak op vermeld dat de ongekookte groente ontsmet is. IJs
en ijsblokjes (voor frisdranken) zonder uitdrukkelijke aanduiding niet nemen!
Vlees aten wij alleen maar "well done". Op de menukaart vindt U
meestal Nepalees, Indiaas of westerse steaks (sizzlers). Toch moet U de "eetgelegenheden"
ook eens proberen. Vaak zijn ze best gezellig en mits men alleen goed gekookt of
gefrituurd eet, is het best acceptabel. Meerder malen hebben wij hier momo's
gegeten (momo's zijn deegwaren ter grootte van een schijfje sinasappel,
vegetarisch gevuld of met diverse soorten vlees). Ze kunnen gekookt of
gefrituurd geserveerd worden met een pittig sausje. Oh ja, patat heet "fingerchips".
De kwaliteit hiervan varieert nogal van slap blank tot knappig donker.
Wijn is vrij duur en niet overal verkrijgbaar. Bier kost tussen de 85 en
125 roepies per fles/blikje. Cocktails zijn relatief goedkoop; tussen de 85 en
125 roepies. Het alcohol percentage is meestal minder dan wij gewend zijn. De
locale rum is prima te drinken en betaalbaar. Een fles kost ca 300 - 350
roepies. Een zakflacon ca 200 roepies.
Toiletten
Ja, en dan de toiletten. In de toeristische
restaurants vind U meestal een pot. Uitzonderingen daargelaten zijn de meeste
toiletten niet schoon. Vaak zijn wij een bord "clean toilets"
tegengekomen bij toeristische restaurants. Waar wij binnen zijn geweest, was het
inderdaad schoon. In "eetgelegenheden" is het toilet meestal een
betonnen kamertje, niet betegeld met een gat in de grond. Voor de heren nog te
doen, maar voor dames met een rok of jurk een ramp. Openbare toiletten alleen in
uiterste noodzaak gebruiken. De stank is niet te harden men komt binnen over een
glibberige substantie. Het gat in de grond zat bij een toilet vol, en werd
gewoon opgehoogd. Soms wordt er een vergoeding gevraagd 1 roepie voor een plas
en 5 roepie voor de grote boodschap. Toiletpapier of tissues in Uw handtas is
geen overbodige luxe. Wel eerst kijken en dan pas gaan zitten (hurken).
Spuwen
Een in onze ogen vieze gewoonte is het spuwen. De Nepali
vinden de westerlingen maar raar (vies?) dat zij hun neus snuiten in een
zakdoekje en het dan weer in je zak stoppen. Is wat voor te zeggen, nietwaar?
Niettemin, gespuwd wordt er overal, zelfs in de local bus. Ook de bediende in de
bakkerszaak liet zich niet onbetuigt een kartonnen afval doos achter de
toonbank. U zult er mee moeten leven.