Het Wilhelmus wordt tegenwoordig als ons officiele volkslied gezongen
maar dat is niet altijd zo geweest.
Het Wilhemus is opgedrongen door de protestanten,
deze eigenden zich het Wilhelmus op
agressieve wijze toe door een reactie op de
wederinvoering van de bisschoppelijk gezag in Nederland,
't Wilhelmus der Geuzen
Dit lied, te zingen op de wijs van het Wilhelmus,'loeide' van papenhaat:
Hij [de Paus], die zich zonder rechten,
Heeft tot een Heer gemaakt,
Spreekt weer tot ons als knechten,
Naar wier beheer hij haakt:
Hij wil ons overvleugelen,
En door zijn Bisschopsschaar,
Als ketters wreed beteugelen,
Als voor drie-honderd jaar.
Dit lied maakte het Wilhelmus decennia
lang voor katholieken onaanvaardbaar als nationale hymne.
Toen het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 boven het doopfond
werd gehouden moest er een nieuw nationaal volkslied worden gekozen.
In de Zuiderlijke Nederlanden was de bevolking er immers
voornamelijk katholiek en dus werd er na een wedstrijd gekozen
voor 'Wien Neerlands Bloed' een lied op muziek
van de muziekpedagoog J.W. Wilms en de tekst was
een gedicht van de drogist H. Tollens
'Wien Neerlands bloed' werd veelvuldig gezongen tijdens
de heropleving van het nationalisme in de jaren dertig
en veertig.
Op 10 mei 1932 door de ministerraad het 'Wilhelmus' terug als
volkslied erkend, de rooms-katholieken hadden zich met het
Wilhelmus verzoend en beschouwden het niet meer als een
calvinistisch partijlied beschouwden.
Ook de meeste socialisten - die als anti-monarchisten
aanvankelijk niets van het Wilhelmus moesten hebben
kozen eieren voor hun geld toen de nationaal-socialisten een
gezonde belangstelling voor 'Wien Nederlands Bloed' aan den dag legden.
Voor wie deze tekst niet gelooft
Het is politiek niet-correct,
maar toch wens ik de Groot-Nederlandse beweging op te roepen
om dit Dietse volkslied in eer te herstellen!
Wien Neerlandsch bloed in de aders vloeit,
Van vreemde smetten vrij,
Wiens hart voor land en koning gloeit,
Verheff' den zang als wij:
Hij stell' met ons, vereend van zin,
Met onbeklemde borst
Het godgevallig feestlied in
Voor vaderland en vorst.
De Godheid, op haar hemeltroon,
Bezongen en vereerd,
Houdt gunstig ook naar onzen toon
Het heilig oor gekeerd:
Zij geeft het eerst, na 't zalig koor,
Dat hooger snaren spant,
Het rond en hartig lied gehoor
Voor vorst en vaderland.
Stort uit dan, broeders, eens van zin,
Dien hoogverhoorden kreet;
Hij telt bij God een deugd te min,
Die land en vorst vergeet;
Hij gloeit voor mensch en broeder niet
In de onbewogen borst,
Die koel blijft bij gebed en lied
Voor vaderland en vorst.
Ons klopt het hart, ons zwelt het bloed,
Bij 't rijzen van dien toon:
Geen ander klinkt ons vol gemoed,
Ons kloppend hart zoo schoon:
Her smelt het eerst, het dierst belang
Van allen staat en stand
Tot één gevoel in d'eigen zang
Voor vorst en vaderland.
Bescherm, o God! bewaak den grond,
Waarop onze adem gaat;
De plek, waar onze wieg op stond,
Waar eens ons graf op staat.
Wij smeeken van uw vaderhand,
Met diep geroerde borst,
Behoud voor 't lieve vaderland,
Voor vaderland en vorst.
Bescherm hem, God! bewaak zijn troon
Op duurzaam regt gebouwd;
Blink' altoos in ons oog zijn kroon
Nog meer door deugd dan goud!
Steun Gij den scepter, dien hij torscht,
Bestier hem in zijn hand;
Beziel, o God! bewaar den vorst,
Den vorst en 't vaderland.
Van hier, van hier wat wenschen smeedt
Voor een van beide alleen:
Voor ons gevoel, in lief en leed,
Zijn land en koning één.
Verhoor, o God! zijn aanroep niet,
Wie ooit hen scheiden dorst,
Maar hoor het één, het eigen lied
Voor vaderland en vorst.
Dring' luid, van uit ons feestgedruisch,
Die beê uw hemel in:
Bewaar den vorst, bewaar zijn huis
En ons, zijn huisgezin.
Doe nog ons laatst, ons jongst gezang
Dien eigen wensch gestand:
Bewaar, o God! den koning lang
En 't lieve vaderland.